Research voor Beleid

Gevolgen van een vroege diagnose voor latere arbeidsparticipatie

24-10-2011

Een toenemend aantal jongeren krijgt al jong een diagnose of een indicatie voor zorg in verband met een psychische, gedragsmatige of cognitieve aandoening. In opdracht van het ministerie van SZW heeft Research voor Beleid de positieve en negatieve effecten van vroegtijdige diagnose op latere kansen op de arbeidsmarkt onderzocht.

In de Wajong stromen steeds meer jongeren in met een verstandelijke of psychische beperking. Het gaat vooral om ontwikkelingsstoornissen (ADHD, autisme) en licht verstandelijke beperkingen. Deze instroom blijkt verband te houden met een toenemend aantal jongeren dat al jong een diagnose of een indicatie voor zorg krijgt of gebruik maakt van een speciale voorziening (jeugdzorg, speciaal onderwijs, etcetera). Het ministerie van SZW vraagt zich af of deze ontwikkeling gunstig of ongunstig uitpakt voor jongeren en heeft daarom Research voor Beleid opdracht gegeven te onderzoeken wat de gevolgen zijn van deze vroege diagnose voor de perspectieven van jongeren op de arbeidsmarkt. Het onderzoek bestond uit een uitgebreide studie van literatuur over de gevolgen van de aanwezigheid óf juist het ontbreken van een vroege diagnose op de schoolprestaties en perspectieven op de arbeidsmarkt. Ook zijn interviews gevoerd met experts uit de wetenschap.

Op basis van de bestudeerde literatuur is geconcludeerd dat een vroege diagnose zowel positieve als negatieve gevolgen kan hebben voor de arbeidsparticipatie van jongeren in Nederland. Enerzijds is duidelijk dat het hebben van een diagnose belangrijke voordelen met zich meebrengt zoals de toegang tot voorzieningen zoals zorg en de begeleiding naar werk die de Wajong biedt. Anderzijds zijn er nadelen van een diagnose zoals stigmavorming. Stigmavorming vindt echter ook plaats op basis van andere factoren dan een diagnose (zoals afwijkend gedrag).
Uit de literatuur komt naar voren dat vroege diagnose vooral een positief effect heeft als het kind vervolgens tijdig toegang krijgt tot effectieve en passende voorzieningen, zeker als deze voorzieningen zich ook richten op (arbeids)participatie. Echter, een vroege diagnose is niet altijd noodzakelijk noch voldoende voorwaarde voor toekomstige arbeidsparticipatie, individuele factoren spelen ook een belangrijke rol. De arbeidskansen van een jongere worden namelijk ook sterk beïnvloed door het type en de ernst van de beperking en de houding van het kind, de ouders en de omgeving.

Klik hier voor het rapport ‘Beter vroeg voor later? Het effect van vroege diagnose op latere arbeidsparticipatie’.


Klik hier voor het nieuwsarchief