Research voor Beleid

Overheveling zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd

24-10-2011

De zorg voor jeugd komt te vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten: dit wordt wederom aangekondigd in de recente kamerbrief ‘Stelselwijziging zorg voor jeugd’ van 30 september 2011. Ook de zorg voor jeugdigen met een licht verstandelijke beperking wordt per 2014 fasegewijs overgeheveld. Om een indruk te geven van de gevolgen van de overheveling van jeugd-LVG zorg naar gemeenten heeft Research voor Beleid onderzoek gedaan naar de aard en omvang van deze zorg.

Zicht op aard en omvang nodig voor efficiëntere organisatie zorg door gemeenten
De stelselwijziging houdt in dat alle taken op het gebied van jeugdzorg gefaseerd worden overgeheveld naar de gemeenten. Het betreft hier jeugd-ggz (zowel AWBZ als Zorgverzekeringswet), provinciale jeugdzorg, gesloten jeugdzorg, jeugdreclassering, jeugdbescherming en zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugd.
Het uitgangspunt is dat door het samenvoegen van de verschillende financieringsstromen en het laten vervallen of anders vormgeven van het recht op zorg, gemeenten in staat zijn maatwerk te leveren en het stelsel van zorg voor jeugdigen doelmatiger en doeltreffender kan worden vormgegeven.
Om de zorg voor licht verstandelijk gehandicapte jeugdigen echter efficiënt te kunnen organiseren, is het voor gemeenten van groot belang om zicht te hebben op de aard en omvang van deze zorg in hun regio. Het blijkt echter zeer lastig te zijn om hier betrouwbare cijfers over te verkrijgen. Dit heeft te maken met de onduidelijke afbakening van de doelgroep licht verstandelijk gehandicapten en de gebrekkige registratie van het IQ van cliënten.

Onduidelijke afbakening en gebrekkige registratie
Want hoe bepaal je of een jongere licht verstandelijk gehandicapt is of ‘regulier’ verstandelijk gehandicapt? Het ministerie van VWS heeft de doelgroep LVG jeugd afgebakend als jeugdigen tot en met 23 met een AWBZ-indicatie op basis van een verstandelijke handicap met een IQ-score tussen de 50 en de 85. Dit is echter een bredere doelgroep dan wat door het zorgveld als LVG wordt gezien. Het veld doelt met de term LVG-ers of LVG-problematiek op een groep die een laag IQ combineert met gedrags- of psychiatrische problematiek waarvoor behandeling noodzakelijk is. Kenmerkend voor deze groep is verder dat niet te zien is dat het gaat om iemand met een verstandelijk beperking, er zijn geen uiterlijke kenmerken die duiden op een onderliggend syndroom dat de oorzaak is van de beperking.
De vraag is hoe zinvol een afbakening van de groep LVG op basis van IQ is. De hoogte van het IQ zegt weinig over de zorg die iemand nodig heeft, dat wordt veel meer bepaald door eventuele bijkomende psychische- en gedragsproblematiek. Bovendien stuit afbakening op basis van IQ op praktische bezwaren omdat de IQ-score lang niet altijd wordt geregistreerd en omdat de betrouwbaarheid en validiteit van de uitslag van een IQ-test door sommigen in twijfel worden getrokken. Maar tegelijk is het afbakenen van deze groep op basis van de hoogte van het IQ in combinatie met aanvullende problematiek misschien wel nog lastiger objectiveerbaar.

Methode: combinatie landelijke cijfers en informatie zorgaanbieders
Ook in ons onderzoek bleek het lastig te zijn om betrouwbare cijfers te verkrijgen over de omvang van de groep LVG-jeugd. In eerste instantie hebben we gegevens opgevraagd uit het AZR (AWBZ-brede zorgregistratie) over kinderen met een verstandelijke beperking die een indicatie hebben voor AWBZ-zorg. Van een aanzienlijk deel van hen bleek echter de IQ-score niet te zijn geregistreerd, zodat niet kon worden vastgesteld of het om een cliënt met een IQ onder of boven de 50 ging. Om toch tot zo betrouwbaar mogelijke cijfers te komen, zijn de cijfers uit het AZR gecombineerd met kwalitatieve informatie over de procentuele verdeling van cliënten over de IQ-categorieën die verkregen is uit interviews met VG-instellingen en LVG-instellingen. Daarnaast is gebruik gemaakt van demografische gegevens over IQ-verdelingen in de populatie.

Op deze manier is een zo betrouwbaar mogelijk beeld verkregen van de omvang van de groep LVG-jeugd; de groep jeugdigen tot en met 23 jaar met een IQ boven de 50 en een indicatie voor AWBZ-zorg. Dit is de groep die in de komende jaren onder gemeentelijke verantwoordelijkheid zal vallen. Ook zijn kenmerken van de zorg en begeleiding die deze groep ontvangt beschreven. Duidelijk is dat de zorg die deze groep nodig heeft, behalve van de IQ-score, voor een groot deel afhangt van de aan- of afwezigheid van bijkomende psychische- of gedragsproblematiek.

Klik hier voor het rapport ‘Zorg voor licht verstandelijk gehandicapten’.  

Klik hier voor het nieuwsarchief