Research voor Beleid

Samenwerking MEE en gemeenten

10-1-2010

Voor de gemeenten vormt de Wmo, prestatieveld 3, de basis voor de verantwoordelijkheid om cliënten ondersteuning en advies te geven. Voor MEE-organisaties is deze verantwoordelijkheid vastgelegd in de Regeling Subsidies AWBZ. De MEE richt zich specifiek op mensen met een verstandelijke, lichamelijk of zintuiglijke beperking of chronische ziekte. De gemeenten richten zich breder, namelijk op alle burgers die een probleem ervaren op het gebied van participatie. Afstemming en samenwerking tussen gemeenten en MEE is noodzakelijk om goede, passende ondersteuning te bieden en zo nodig door te verwijzen. In de subsidievoorwaarden van MEE is vanaf 1 januari 2008 opgenomen dat MEE en gemeenten met elkaar afspraken dienen te maken over deze samenwerking. Die afspraken moeten worden vastgelegd in een overeenkomst, ondertekend door beide partijen. In de subsidieregeling 2009 is opgenomen dat de MEE-organisaties vóór 1 juni 2009 een evaluatieverslag aanleveren over de samenwerking met elke gemeenten in haar werkgebied.

Het doel van het onderzoek is om het Ministerie meer inzicht te verschaffen in de huidige stand van zaken omtrent de samenwerking, de ervaringen van MEE en gemeenten met de samenwerking tot nu toe en hun verwachtingen voor de toekomst. De achtergrond hiervan is dat het ministerie wil weten of de subsidievoorwaarde het meest effectieve instrument is om de samenwerking te stimuleren. Ook wil het ministerie graag goede voorbeelden verzamelen om hieruit suggesties te kunnen halen voor verdieping of verbreding van de samenwerking die weer door andere MEE’s en gemeenten gebruikt kunnen worden.

Het onderzoek bestaat uit een analyse van de evaluatieverslagen, telefonische interviews met MEE-organisaties en een enquête onder gemeenten om inzicht te krijgen in de ervaringen van MEE en gemeenten met de samenwerking tot nu toe en hun verwachtingen over de samenwerking in de toekomst. Op basis van de bevindingen zullen suggesties worden geformuleerd om de samenwerking te bevorderen en te verbeteren.

Het onderzoek wordt naar verwachting begin in februari afgerond, waarna het rapport wordt aangeboden aan het Ministerie van VWS. Neem voor meer informatie contact op met Felicie van Vree, f.van.vree@research.nl.

Klik hier voor projectinformatie.

 

Klik hier voor het nieuwsarchief