Research voor Beleid

Samenwerking tussen MEE en gemeenten

18-5-2010

MEE-organisaties en gemeenten bieden ondersteuning en advies aan burgers om hen te helpen bij het maken van keuzes en het vinden een oplossing voor problemen rond bijvoorbeeld wonen, welzijn en zorg. De doelgroepen en terreinen waarop ondersteuning geboden wordt, overlappen elkaar gedeeltelijk. Daarom verplicht de overheid MEE-organisaties met gemeenten samen te werken. Research voor Beleid heeft de stand van zaken rond en ervaringen met deze samenwerking vanuit het perspectief van beide partijen in kaart gebracht.

Wettelijk kader
Voor de gemeenten vormt prestatieveld 3 van de Wmo de basis voor de verantwoordelijkheid om cliënten ondersteuning en advies te geven. Voor MEE-organisaties is deze verantwoordelijkheid vastgelegd in de Regeling Subsidies AWBZ. De MEE richt zich specifiek op mensen met een verstandelijke, lichamelijk of zintuiglijke beperking of chronische ziekte. De doelgroep van gemeenten is breder, namelijk alle burgers die een probleem ervaren op het gebied van participatie.

Afstemming en samenwerking tussen gemeenten en MEE is noodzakelijk om goede, passende ondersteuning te bieden en zo nodig door te verwijzen. In de subsidievoorwaarden van MEE is vanaf 1 januari 2008 opgenomen dat MEE en gemeenten met elkaar afspraken dienen te maken over deze samenwerking. Die afspraken moeten worden vastgelegd in een overeenkomst, ondertekend door beide partijen. In de subsidieregeling 2009 is opgenomen dat de MEE-organisaties vóór 1 juni 2009 een evaluatieverslag aanleveren over de samenwerking met elke gemeenten in haar werkgebied.

Onderzoek naar de samenwerking
Het onderzoek is uitgezet door het Ministerie van VWS om meer inzicht te krijgen in de huidige stand van zaken over de samenwerking, de ervaringen van MEE en gemeenten tot nu toe en hun verwachtingen voor de toekomst. De achtergrond hiervan is dat het ministerie wil weten of de subsidievoorwaarde zoals die nu is, het meest effectieve instrument is om de samenwerking te stimuleren. Ook wil het ministerie graag goede voorbeelden verzamelen ter inspiratie voor andere MEE’s en gemeenten. Om aan de vraag van het ministerie te voldoen hebben we de evaluatieverslagen die MEE organisaties over deze samenwerking hebben geschreven geanalyseerd, zijn er telefonische interviews gehouden met de MEE organisaties en is een telefonische enquête afgenomen onder gemeenten.

Bevindingen
Het onderzoek is in februari 2010 afgerond. Hieronder worden puntsgewijs enkele belangrij-ke bevindingen benoemd:

  • Een meerderheid van de gemeenten en MEE’s heeft afspraken gemaakt met betrek-king tot prestatieveld 2, 3, 5 en/of 7. Afspraken met betrekking tot prestatieveld 9 komen het minst vaak voor.
  • Bijna alle gemeenten en MEE-organisaties omschrijven de gemaakte afspraken als werkbaar.
  • Alle MEE-organisaties en de overgrote meerderheid van de gemeenten (90%) vinden een goede onderlinge samenwerking (zeer) belangrijk.
  • Op één na alle MEE-organisaties en een groot deel (87%) van de gemeenten erva-ren dat de samenwerking voor hen een toegevoegde waarde heeft.
  • De helft van de MEE-organisaties en een meerderheid van de gemeenten (67%) vin-den dat de kwaliteit van de cliëntondersteuning is verbeterd door de samenwerking.
  • Het bestaan van goede persoonlijke contacten tussen MEE en gemeenten en de per-soonlijke inzet en betrokkenheid van individuele personen noemen MEE-organisaties en gemeenten als belangrijkste succesfactor voor een goede samenwerking.
  • Voor ongeveer één derde van de MEE-organisaties voldoet de huidige samenwerking aan hun behoeften, tegenover ongeveer twee derde van de gemeenten.
  • Bijna alle MEE-organisaties en ruim de helft van de gemeenten willen iets verande-ren aan de samenwerking zoals die nu is. De meest gewenste veranderingen zijn een intensivering van de samenwerking en een andere vorm of invulling van de sa-menwerking (bijvoorbeeld andersoortige afspraken).
  • Een blijvende gedeelde verantwoordelijkheid (en financiering) voor cliëntondersteu-ning wordt door het grootste deel van de MEE-organisaties als meest wenselijk ge-zien. 40% van de gemeenten vindt dat de verantwoordelijkheid voor cliëntonder-steuning geheel bij gemeenten moet liggen. 32% vindt dat de huidige verdeling van verantwoordelijkheid en budget behouden moet worden, 6% heeft de voorkeur voor een andere vorm van gedeelde verantwoordelijkheid en financiering.

Benchmark MEE
Naast bovenstaand onderzoek inventariseren we in opdacht van MEE Nederland de tevredenheid van de klanten (afnemers van collectieve diensten) over de dienstverlening door de MEE-organisaties en de maatschappelijke waardering van klanten en andere organisaties uit de netwerken van MEE voor de MEE-organisaties.

Klik hier voor het rapport.

Hebt u vragen over bovenstaande onderzoeken? Neem dan contact op met Dorine Vijfvinkel: (079) 322 26 66 of d.vijfvinkel@research.nl.

Klik hier voor het nieuwsarchief