Research voor Beleid

Sectormonitor Beeldende Kunst

1-11-2011

In deze turbulente tijd voor de kunst en het kunstbeleid heeft Research voor Beleid in opdracht van het ministerie voor OCW de eerste meting van een sectormonitor Beeldende Kunst uitgevoerd. Deze monitor heeft tot doel om de feiten over de sector Beeldende Kunst goed op een rij te zetten. Het gaat bijvoorbeeld om de economie van de sector: hoeveel beeldend kunstenaars zijn er, hoeveel inkomen genereren zij, hoeveel daarvan is subsidie? Uit onze analyses van de beschikbare gegevens blijkt een jaarlijkse totale vraag naar beeldende kunst van € 329 miljoen (via musea, galeries en andere intermediairs). De jaarlijkse subsidies van rijk, provincie en gemeenten komen op ongeveer € 114 miljoen. En het totaal aantal professionele beeldend kunstenaars is ongeveer 7000.

Eén van de onderwerpen in de monitor is het onderwijs in de beeldende kunst. Daaronder verstaan we zowel de Bachelor- en Masteropleidingen die aan de verschillende hogescholen worden gegeven, als de postacademische residenties.
 
In de onderzochte periode 2006-09 volgden ruim 2400 studenten per jaar de Bacheloropleiding Autonome Beeldende Kunst. Het aantal Masterstudenten (Autonome Beeldende Kunst en Fotografie) is veel lager: ruim 100.
Wat opvalt bij vergelijking met de overige opleidingen in het hbo is de lage uitval. Het lijkt erop dat studenten heel bewust kiezen voor een kunstopleiding. Bovendien speelt mee dat zij een toelatingsexamen behaald moeten hebben, waarin op motivatie en talent wordt geselecteerd. Verder is vergeleken met andere hbo-opleidingen een groot deel van de studenten buitenlands (veelal 'westers'): kunstopleidingen zijn sterk internationaal georiënteerd.
Naast de opleidingen in de beeldende kunst zijn er docentenopleidingen; deze tellen ruim 2000 studenten per jaar (Bachelor Docent Beeldende Kunst en Vormgeving en Master Kunsteducatie tezamen).
 
De vier postacademische instellingen in de beeldende kunst (Rijksacademie van beeldende kunsten, Jan van Eyck Academie, De Ateliers en Europees Keramisch Werkcentrum) tellen bij elkaar zo'n 150 deelnemers. Deze deelnemers volgen meestal een tweejarige residency, waarin zij hun kunstenaarschap verder vormgeven. Het EKWC is een uitzondering, daar is de gemiddelde verblijfsduur veel korter (2-3 maanden).
De deelnemers aan deze postacademische opleidingen zijn wat ouder (rond de 30 jaar), en nog meer internationaal gemengd dan in de Bachelor- en Masteropleidingen (ongeveer 2/3 is afkomstig uit het buitenland).
 
Na de studie blijkt de inkomenspositie van autonome beeldend kunstenaar slecht, in vergelijking met het hbo als geheel. Van de afgestudeerden Autonome Beeldende Kunst verdiende 82% minder dan het minimumloon (anderhalf jaar na afstuderen). Voor het hbo als geheel is dat 14%.

Klik hier voor het nieuwsarchief