Research voor Beleid

Wmo in Wassenaar, Voorschoten en Oegstgeest

17-1-2010

Het leggen van verbindingen voor integraal Wmo-beleid en daarnaast het centraal stellen en ondersteunen van de burger vraagt van gemeenten zowel een organisatorisch omslag als een cultuuromslag. De organisatorische omslag zit in het samenwerken met en integreren van andere disciplines en werkvelden en de aansturing van belangrijke partners, zoals het welzijnswerk. De cultuuromslag zit in de manier waarop gemeenten de burgers tegemoet treden. Is er voldoende tijd en expertise om de vraag van die burger aan het loket goed in beeld te krijgen? Worden alternatieve mogelijkheden om aan de behoefte van de burgers tegemoet te komen bedacht en afgewogen?

Deze omslag in gemeentelijke visie en beleid is ook van groot belang voor de burgers. De Wmo verplicht gemeenten om mensen die door een functiebeperking belemmerd worden in het participeren, voldoende te compenseren. De Wmo heeft daarbij als motto dat alle burgers volwaardig moeten kunnen participeren in de samenleving. Daarmee is de Wmo meer dan alleen een voorzieningenwet. De vraag is in hoeverre de gemeenten, nu zij de aanloopproblemen het hoofd hebben geboden, daadwerkelijk in de geest van de wet (gaan) handelen en participatie en compensatie centraal stellen.

Voor de Rekenkamercommissie van de gemeenten Oegstgeest, Wassenaar en Voorschoten zijn de bestuurlijke en maatschappelijke belangen van de Wmo doorslaggevend geweest om onderzoek naar de Wmo uit te laten voeren. Research voor Beleid voert dit onderzoek uit. De rekenkamercommissie heeft voor het onderzoek de volgende hoofdvragen geformuleerd:

1 In hoeverre vormen de doelstellingen, uitvoering, resultaten en effecten van het Wmo-beleid in de gemeenten Oegstgeest, Wassenaar en Voorschoten onderdeel  van een logische, consistente beleidscyclus?
2 Wat merkt de burger nu daadwerkelijk van drie jaar Wmo-beleid?

Door middel van documentstudie en interviews reconstrueren wij het beleid en de uitvoering ervan in de drie gemeenten. Om na te gaan wat burgers merken van het beleid, hebben we drie fictieve casussen ontworpen waarin een concrete vraag of ondersteuningsbehoefte is beschreven. Aan de hand van de beleidsanalyse worden vervolgens voor alle drie de gemeenten apart zoveel mogelijk antwoorden op de bij de casussen geformuleerde vragen beschreven. Vervolgens vindt een toets plaats van een deel van de antwoorden bij de medewerkers in de praktijk.
Het onderzoek resulteert in een overkoepelend rapport. Naast een beschrijving van beleid en uitvoering in de individuele gemeenten bevat het rapport de resultaten van de gemeenten in samenhang bezien: sterke punten en goede voorbeelden van gemeenten worden benoemd, zodat de gemeenten van elkaar kunnen leren.

Klik hier voor projectinformatie.

 

Klik hier voor het nieuwsarchief